Posts tonen met het label competentie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label competentie. Alle posts tonen

maandag 15 januari 2018

Competent wat is dat?

Tja nu moet ik toch met de billen bloot (figuurlijk dan he).
Twee bedrijven: Competente Zorg en Competent Gemonitord dan mag je wel eens even uitleggen hoe je daarbij komt.

De aanleiding is mijn proefschrift dat ik op 11 november 2011 verdedigde bij de Open Universiteit en dat de titel "Competent Gemonitord" had. In dit proefschrift ging het onder andere over competentegericht onderwijs binnen het MBO en over competenties van leraren en lerarenteams binnen het MBO in Nederland.


Wat zijn die competenties nu en wanneer ben je competent?
In mijn proefschrift beschrijf ik dat de term competentie  tot de categorie fuzzy begrippen behoort (Van der Klink & Boon, 2003). Kenmerkend voor deze begrippen is dat het lastig is deze te definiëren en dat er derhalve verschillende opvattingen bestaan over wat onder competentie wordt verstaan. De ‘one and only’ definitie van competentie bestaat dan ook niet en zal  waarschijnlijk nooit gevonden worden.
Echter er zijn wel degelijk overeenkomsten aan te wijzen, aldus Van Merriënboer, Van der
Klink & Hendriks (2002). De volgende drie kenmerken worden als centraal in het begrip competentie
beschouwd, ongeacht de setting en het doel (leren en opleiden, werving en selectie, performance assessment) waarin dit begrip wordt gehanteerd:
1. specificiteit - competenties kunnen min of meer specifiek voor een bepaalde professie of een bepaald kennisdomein zijn. Sommige zijn tamelijk generiek, zoals leercompetenties, terwijl voor andere competenties geldt dat ze veel meer gebonden zijn aan specifieke beroepscontexten.
2. integrativiteit - een competentie is een samenhangend geheel van elementen noodzakelijk voor probleemoplossend handelen. Competenties verenigen kennis, vaardigheden en attitudes in een overkoepelend concept.
3. duurzaamheid - competenties zijn duurzaam, in die zin dat zij niet volledig gedetermineerd worden door technische mogelijkheden of de stand van zaken in een domein of professie op een bepaald moment. Competenties kennen, in de tijd gezien, een zekere stabiliteit, hoewel de inhoud
ervan (zoals de kennis en de vaardigheden) in de tijd kan variëren.
(Goes-Daniels, 2011)

Competent ben je als je in staat bent een bepaalde taak of je beroep uit te oefenen op een adequate wijze. Ook hier zijn weer verschillen (vaak tussen landen) waar te nemen. Competency (US) heeft als doel superieure ‘performers’ te vinden en focust op personen en hun persoonlijke kenmerken, competence (UK) is gericht op het vinden van minimale standaarden en focust op de rol of functie
die een persoon vervult en de taken die hij uitvoert. Kompetenz, zoals in Duitsland gehanteerd, is veel meer een multidimensionaal begrip en omvat zowel praktische als meer theoretische kennis, alsmede persoonlijke en sociale kwaliteiten die nodig zijn om in een range van taken/functies te kunnen functioneren. Daarmee ligt de Duitse omschrijving weer dichter tegen de Franse benadering aan waarin het holistische karakter van het competentiebegrip wordt benadrukt (zie Brockmann, Clarke, Méhaut, & Winch (2008).

Al met al niet heel eenduidig en duidelijk maar waar wij voor staan is een onderneming met Competente mensen die Competente Zorg leveren dus: bekwame mensen die die (thuis)zorg leveren die op dat moment nodig is!!

Natuurlijk geldt dat ook voor Competent Gemonitord ook hier moet degene die de ondersteuning, het onderzoek of het advies levert bekwaam zijn en leveren wat de klant nodig heeft.

Brockmann, M., Clarke, L., Méhaut, Ph., & Winch, Ch. (2008). Competence-Based Vocational Education and Training (VET): the Cases of England and France in a European Perspective. Vocations and Learning, 1, 227–244.

Goes-Daniëls, M. (2011). Competent gemonitord: Van constructie van een CGO-monitor tot co-creatie binnen het middelbaar beroepsonderwijs in Nederland. Heerlen: Open Universiteit/Arcus College.  

Van der Klink, M.R., & Boon, J. (2003). Competencies: The triumph of a fuzzy concept. International Journal of Human Resources, Development and Management, 3(2), 125-137.

Van Merriënboer, J., Van der Klink, M., & Hendriks, M. (2002). Competenties: van complicaties tot compromis. Over schuifjes en begrenzers.Den Haag: Onderwijsraad.

vrijdag 23 september 2016

Passend onderwijs voor laatbloeiers?

Als ultieme laatbloeier pleit ik voor meer passend onderwijs en zelfs meer maatschappelijke voorzieningen zoals banen e.d. voor deze groep van mensen.


Laatbloeiers zijn (het woord zegt het eigenlijk al) hele creatieve en beeldende mensen. Zij komen pas later tot wasdom. In ieder geval pas tot de ontwikkeling die van hen verwacht wordt op school, thuis en in de maatschappij. Zij hebben vaak echter hele andere kwaliteiten. Zij kunnen misschien dan niet zo goed rekenen of hun taalvaardigheid is dan wellicht niet zo groot maar zij zijn vaak wel creatief of doorzien mensen feilloos, kunnen prachtig tekenen en hebben een enorme fantasie.
Dat zijn helaas zaken die niet leiden tot goede punten op school of tot een pluim van de juf of uiteindelijk tot een diploma.
Voor veel van deze kinderen is de schooltijd kommer en kwel en komen zij er pas later (soms te laat) achter wat er van hen verwacht wordt en hoe zij dat moeten doen. Zij missen vaak de truukjes die andere kinderen wel al gauw doorhebben.

Zelf ben ik ook pas later gaan studeren. Dit heeft allerlei oorzaken maar een daarvan was dat ik nooit goed wist wat ik eigenlijk moest gaan doen en hoe ik dat moest doen, ik was te oud voor de gewone universiteit en had man en kinderen. Gelukkig was er de toen net opgerichte Open Universiteit in Heerlen. Hier kon ik in alle rust en op elk gewenst tijdstip studeren in losse modules die ik desgewenst kon samenvoegen tot een volledige academische opleiding. Zeer passend voor mij dus. Heerlijk, wat een verademing om zelf mijn studiepad vorm te geven en zelf mijn keuzes te kunnen maken. Eigenaarschap heet dit in onderwijskundige termen. Ik genoot elke keer weer als ik een module had afgerond en aan de volgende kon beginnen. Het heeft geleid tot een doctoraal Onderwijskunde en uiteindelijk tot een promotie aan diezelfde Open Universiteit over competenties en collectief leren. Dit zouden mijn onderwijzeressen op de lagere school nooit gedacht hebben daar ben ik van overtuigd.
Helaas heeft de OU die vrijheid nu losgelaten en wordt alles veel strakker gestuurd via allerlei studieprogramma's e.d. Ik denk dat ik in de huidige setting niet meer zou passen.

Wat je zoal om je heen hoort is dat men zegt dat als je maar blijft studeren dat je dan uiteindelijk ook wel een baan of een goede functie krijgt. Onze minister-president blijft dit ook maar roepen en andere parlementariërs met hem. Helaas als je op oudere leeftijd hebt gestudeerd krijg je alleen nog maar tijdelijke contracten en kun je een vast contract wel vergeten. Dat zou zo erg niet zijn als je dan als ZZP'er aan de slag gaat, niks mis mee, zelfs uitdagend. Helaas diezelfde parlementariërs hebben er voor gezorgd dat men in onderwijsland zeer huiverig is geworden om ZZP'ers in te huren vanwege de torenhoge boetes die ze van de belastingdienst hebben ontvangen omdat de modelcontracten niet in orde zouden zijn en er dan een verkapt dienstverband ontstaat. Voorlopig dus even geen projecten voor mij.

Maar de zon blijft toch schijnen, in aansluiting op de vorige blog: het rapport over de inzet van MOOCs binnen Europa en andere landen is gepubliceerd. Zie: Comparing Institutional MOOC strategies. Buiten dit (HOME) project werk ik nu bij de EADTU aan het SCORE2020 project. Hierover volgende keer meer.

dinsdag 4 november 2014

De autonomie van de leraar

Mijmerend over het bovenstaande vroeg ik me af waarom alle innovaties en pogingen om de leraar uit het klaslokaal te krijgen toch altijd stranden.

De leraar kan toch autonoom handelen? Als je de zelfbeschikkingstheorie of zelfdeterminatietheorie (ZDT) van Deci en Ryan (2002) over de menselijke motivatie beschouwd zou dat positief moeten zijn.

De kern van deze theorie wordt gevormd door de stelling dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn die, indien deze bevredigd worden, een optimale functionering en groei van een persoon toestaan. Ook de intrinsieke motivatie van een persoon om doelen te bereiken hangt mede van de bevrediging van deze behoeften af. Een belangrijke stelling van de theorie is dat vormen van controle op het gedrag van anderen zorgt voor een afname van hun intrinsieke motivatie, omdat deze controle de bevrediging van de basisbehoeften frustreert. En daar zit hem nou net de kneep.

De enige plek waar de leraar zich autonoom kan voelen is in het klaslokaal, daar heeft hij/zij invloed op zijn manier van lesgeven, van omgaan met de kinderen/studenten en kijkt hem niemand op de vingers.
Buiten het klaslokaal heeft hi/zijj nl. totaal geen invloed. Niemand vraagt hem of haar hoe het rooster er uit moet zien (dat wordt voor hem/haar geregeld), welke onderdelen waar in het curriculum zitten, hoe de school ingericht wordt, welke methode gebruikt wordt, hoe het hele onderwijs in Nederland geregeld zou moeten zijn enz. enz. 

Natuurlijk is dit wat overtrokken, er zijn genoeg mogelijkheden tot inspraak maar dat is nooit op hoofdlijnen. De leraar (en ook de leerling en de student, maar dat is een ander verhaal) heeft vaak het gevoel dat er langs hem of haar heen en over hem/haar heen beslist wordt. 
Men heeft niet het gevoel dat er gebruik gemaakt wordt van zijn/haar competenties en daardoor is de verbondenheid met het werk niet groot. Vaak moet uitgevoerd worden wat anderen bedenken of bedacht hebben.

Dus.... willen we de leraar uit de klas krijgen en samenwerking tussen de diverse disciplines en docenten bevorderen dan moeten we hem/hen ook de autonomie geven om zelf met innovaties te komen, zelf lessen te ontwerpen en zelfs de lead geven om onderwijs te ontwerpen en te veranderen. Laat hem zelf tonen dat hij competent is in zijn vak en zich verbonden voelt met zijn vak, de school en het onderwijs. Dan krijg je intrinsiek gemotiveerde mensen die frank en vrij om zich heen kijken en voeling hebben met alles wat er gebeurt. Zij zijn dan ook in staat om gewenste veranderingen te signaleren en door te voeren.

Hou op met die sturing van bovenaf, van directies, besturen en overheid.


Haal die leraar uit de klas en luister eens naar wat hij/zij te vertellen heeft. Dat kon nog wel eens heel verrassend zijn en leiden tot allerlei nieuwe, echt doordachte vormen van onderwijs.

Het vormen van communities kan hierbij zeer behulpzaam want samen sta je sterker dan alleen.