Posts tonen met het label innoveren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label innoveren. Alle posts tonen

woensdag 25 maart 2015

Regen in onderwijsland

Een blog schrijven als het buiten druilerig en koud is is misschien niet zo'n goed idee. Maar als ik naar buiten kijk en de nattigheid zo overzie dan moet ik toch denken aan wat er allemaal speelt in het onderwijs.
Als je de berichten leest dan heb je de indruk dat niets goed is, alles moet op de schop. Het onderwijs moet vernieuwen (innoveren heet dat in jargon) en de kinderen zijn allemaal zielige wezentjes die aan ons onderwijs overgeleverd zijn.

Niets is minder waar. Ons onderwijs behoort nog altijd tot het beste in de wereld en daar mogen we best trots op zijn. Onze kinderen behoren tot de gelukkigste kinderen in ieder geval in Europa en ook dat moeten we koesteren.

Natuurlijk kan het altijd beter en moeten we altijd kijken of iets anders moet. De kinderen van nu zijn niet meer de kinderen van vijftig jaar geleden terwijl het onderwijs wel nog op de leest van die tijd gestoeld is. En inderdaad de leraar die voor de klas staat die heeft twintig/dertig jaar geleden les gehad en heeft soms niet echt notie van wat er in de wereld van de huidige jongeren speelt. Dat is wel een gemis.

De huidige tijd met al zijn informatie op elk uur van de dag vraagt dus wel om een omslag in het Onderwijs en het zou mooi zijn als we die omslag vorm geven voor en zeker met de jongeren. Laat hen meedenken over hoe het anders moet, stap hun wereld binnen en laat hen vertellen wat ze graag op school willen leren. Gebruik die tools die zij zelf gebruiken ook in het onderwijs, dan is de school een verlengstuk van hun wereld en misschien gebeuren er dan niet meer zo'n extreme zaken als jihadisme en uitsluiting. Dus zaken als Ipad scholen, sociale media in het onderwijs enz. kunnen een steentje bijdragen aan het begrip voor elkaar van leerlingen onderling en leraren en leerlingen. Ook ouders moeten daarbij betrokken worden. Lessen in gebruik van sociale media, ipads, computers, internet e.d. zijn ook voor hen van belang. Zo kan afwijkend gedrag eerder gesignaleerd worden en spreekt men dezelfde taal als er gesprekken nodig zijn.

Utopia? ik hoop het niet en ik zie ook dat er al veel ingezet wordt op Onderwijs gestoeld op de vragen van deze tijd. zie bijvoorbeeld: http://www.tubantia.nl/regio/enschede/nieuw-onderwijsconcept-delta-start-volgend-schooljaar-in-enschede-1.4572884 en http://mijnplein.nl/uploads/brochure-versie-24-januari-de-schutse.pdf  en http://www.agoraroermond.nl/agora-2/ waarvan ik de laatste al vaker als voorbeeld genoemd heb.

Onderwijs in verandering, een goede zaak maar wel met behoud van het goede en niet het kind met het (regen)water weggooiend.

Afbeeldingsresultaat voor kind met het badwater weggooien

woensdag 19 november 2014

Is onderwijs een prijsvraag?


Wat een rare vraag in de titel...  en toch als ik de oproep van Sander Dekker bij De Wereld Draait Door hoor, waarin hij vraagt of Nederland met hem meedenkt in een nationale dialoog om zo een samenhangende visie over de inhoud van het onderwijs te vormen, bekruipt me het gevoel dat hij een prijsvraag uitschrijft  over de vraag of kinderen de juiste dingen op school leren en goed worden voorbereid op hun toekomst in de maatschappij. 
Onderwijs maken en geven is niet zoiets als een slogan bedenken. Onderwijs is een vak en dat vak moet uitgevoerd worden door professionals en niet door Jan de slager of Piet de bakker. Beide laatsten hebben hun eigen vak en willen ook niet dat de hele wereld zich met hun vak bemoeit. De minister van Volksgezondheidszorg roept toch ook niet op om mee te denken hoe je het beste een blindedarmoperatie uitvoert.


Dus onderwijsmensen laat dit niet op je zitten, protesteer hiertegen. Neem het onderwijs zelf ter hand en laat zien dat je er bent en dat je in de eerste plaats een professional bent.
Dat er iets moet gebeuren... dat weten we inmiddels allemaal. Maar er gebeurt al heel veel alleen weten we het vaak niet van elkaar omdat we te druk zijn met de zaken van alledag, van alle brandjes die geblust moeten worden en omdat we 's avonds vaak van vermoeidheid van de bank rollen.

Daardoor zijn we vaak niet in staat om de inspirerende nieuwe initiatieven tot ons te nemen.
Gisteren mocht ik getuige zijn van een onderwijsavond van hartverwarmend onderwijs Limburg in het Brandenberg College te Landgraaf. Veel inspirerende sprekers met prachtige onderwijsvoorbeelden. Twee wil ik hier noemen. #GeenSchool. Deze beweging heeft samen met leraren, sponsors én leerlingen het Brandenberg College in een week tijd veranderd van een grijze, grauwe school in een volledig opgepimpte kleurrijke leefruimte.   
Daarnaast werd ik zeer enthousiast van het verhaal van Sjef Drummen over Agora Roermond
een school die eigenlijk geen school meer is maar een warm bad voor kinderen, een nieuwe leefwereld waarin ze op hun eigen manier en op hun eigen tempo kunnen leren maar waar ze wel een diplomagarantie krijgen en waar dit ook wordt waargemaakt.
Al met al een zeer leerzame avond waar ik hopelijk nog de vruchten van ga plukken.

Dus Minister Bussemaker en Staatssecretaris Dekker kom eerst eens praten met de onderwijsmensen zelf en kijk eens wat er al allemaal is. Misschien moeten jullie alle innovatieve zaken met elkaar verbinden of zorgen dat er een instituut is dat dat kan. Zorg dat het onderwijs hierover geïnformeerd wordt maar schrijf niet een of andere prijsvraag uit over zoiets belangrijks als ons onderwijs. 
Er zijn genoeg professionals in het onderwijs (leraren, wetenschappers e.a.) en niet te vergeten de studenten zelf die met jullie mee willen denken maar dan wel op een professionele manier!

dinsdag 4 november 2014

De autonomie van de leraar

Mijmerend over het bovenstaande vroeg ik me af waarom alle innovaties en pogingen om de leraar uit het klaslokaal te krijgen toch altijd stranden.

De leraar kan toch autonoom handelen? Als je de zelfbeschikkingstheorie of zelfdeterminatietheorie (ZDT) van Deci en Ryan (2002) over de menselijke motivatie beschouwd zou dat positief moeten zijn.

De kern van deze theorie wordt gevormd door de stelling dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn die, indien deze bevredigd worden, een optimale functionering en groei van een persoon toestaan. Ook de intrinsieke motivatie van een persoon om doelen te bereiken hangt mede van de bevrediging van deze behoeften af. Een belangrijke stelling van de theorie is dat vormen van controle op het gedrag van anderen zorgt voor een afname van hun intrinsieke motivatie, omdat deze controle de bevrediging van de basisbehoeften frustreert. En daar zit hem nou net de kneep.

De enige plek waar de leraar zich autonoom kan voelen is in het klaslokaal, daar heeft hij/zij invloed op zijn manier van lesgeven, van omgaan met de kinderen/studenten en kijkt hem niemand op de vingers.
Buiten het klaslokaal heeft hi/zijj nl. totaal geen invloed. Niemand vraagt hem of haar hoe het rooster er uit moet zien (dat wordt voor hem/haar geregeld), welke onderdelen waar in het curriculum zitten, hoe de school ingericht wordt, welke methode gebruikt wordt, hoe het hele onderwijs in Nederland geregeld zou moeten zijn enz. enz. 

Natuurlijk is dit wat overtrokken, er zijn genoeg mogelijkheden tot inspraak maar dat is nooit op hoofdlijnen. De leraar (en ook de leerling en de student, maar dat is een ander verhaal) heeft vaak het gevoel dat er langs hem of haar heen en over hem/haar heen beslist wordt. 
Men heeft niet het gevoel dat er gebruik gemaakt wordt van zijn/haar competenties en daardoor is de verbondenheid met het werk niet groot. Vaak moet uitgevoerd worden wat anderen bedenken of bedacht hebben.

Dus.... willen we de leraar uit de klas krijgen en samenwerking tussen de diverse disciplines en docenten bevorderen dan moeten we hem/hen ook de autonomie geven om zelf met innovaties te komen, zelf lessen te ontwerpen en zelfs de lead geven om onderwijs te ontwerpen en te veranderen. Laat hem zelf tonen dat hij competent is in zijn vak en zich verbonden voelt met zijn vak, de school en het onderwijs. Dan krijg je intrinsiek gemotiveerde mensen die frank en vrij om zich heen kijken en voeling hebben met alles wat er gebeurt. Zij zijn dan ook in staat om gewenste veranderingen te signaleren en door te voeren.

Hou op met die sturing van bovenaf, van directies, besturen en overheid.


Haal die leraar uit de klas en luister eens naar wat hij/zij te vertellen heeft. Dat kon nog wel eens heel verrassend zijn en leiden tot allerlei nieuwe, echt doordachte vormen van onderwijs.

Het vormen van communities kan hierbij zeer behulpzaam want samen sta je sterker dan alleen.

vrijdag 24 januari 2014

Dat doen we al....

Als je zoals ik in het onderwijs werkt, hetzij als adviseur hetzij als meewerkend voorwerp dan is een van de opmerkingen die je het meeste hoort: "dat doen we al".
Vaak werkt dat frustrerend voor het proces want als je "het" toch al doet dan hoef je niet meer mee te doen, kun je lekker achterover leunen, is de deur dicht.


Natuurlijk is het ook begrijpelijk dat deze opmerking zo vaak gebezigd wordt, want zoals ik al vaker schreef in mijn blogs is er geen enkel systeem waar zo veel veranderd, geïnnoveerd en van bovenaf opgelegd wordt als binnen het onderwijssysteem.


Maar als je dan doorvraagt "wat doen jullie dan al?" dan blijkt dat er kleine veranderingen hebben plaatsgevonden, dat men wel eens met een leraar van een andere school spreekt of dat men op directieniveau convenanten getekend heeft. Van echte samenwerking, samen delen of zelfs collectief leren is er dan nog geen sprake. 
Echte innovatie moet van binnen uit het systeem komen, er moet een noodzaak zijn, nee zelfs gevoeld worden, door de mensen die in het primaire proces bezig zijn. Zij moeten aan de bel trekken en aangeven dat er een gedeeld probleem is, dat opgelost moet worden en dat men anders niet verder kan.

Dit is ook het kenmerk van communitiies (of practice). waarin mensen samen werken en leren.
Een Communtie of Practice (CoP) is een groep mensen die een intrigerende vraag, zorg, probleem of passie met betrekking tot een bepaald domein of product delen en die hun kennis en vaardigheden willen verdiepen door middel van een continue uitwisseling hierover[1].  
Door dat samen werken en leren, zelfs over de eigen school of beroepsgroep heen krijgen mensen een bredere kijk op hun werk en omgeving en ontstaan er weer nieuwe samenwerkingsverbanden en ideeën. Door deze vorm van (netwerk) leren gaan leraren zien dat ze vaak wel denken dat ze iets al doen maar dat dit vaak heel fragmentarisch is en dat men het grotere geheel niet overziet of overzien heeft. Door de contacten met anderen wordt het beeld vollediger en wordt er veel meer geleerd. Men kijkt letterlijk naar buiten en is "open-minded". 

Ik pleit er dan ook voor om leraren niet alleen docentstages buiten het onderwijs te laten doen (ook dat is heel belangrijk) maar ook binnen het onderwijs, bij andere scholen, schooltypen en zelfs andere onderwijstypen. Kijk eens over die muur. Laat een leraar van het Gymnasium eens een week meelopen of liever nog les geven op een VMBO. Zo krijgt men begrip en respect voor elkaars werkzaamheden en dan is het misschien zo dat "bekend maakt ook bemind" ontstaat.

Utopia? Ik hoop het niet.... 




[1] (Wenger, McDermott & Snyder, 2002: Cultivating Communities of Practice. Harvard Business Press)