vrijdag 21 februari 2014

Onderwijsproblemen of nieuwe kansen?



Het is alweer een tijd geleden sinds mijn laatste bericht.
Jammer eigenlijk want ik vind het zo leuk om te doen, te schrijven over onderwijs of andere zaken die me bezig houden maar soms word je zo opgeslokt door je dagelijkse beslommeringen dat je er gewoon geen tijd (of prioriteit) aan geeft.

Maar nu dus wel. Er moet me echt iets van het hart.

Deze week heb ik meegemaakt dat twee kinderen buiten de boot vallen bij ons reguliere onderwijs. De ouders zijn ten einde raad. Een van deze twee kinderen (van de lagere schoolleeftijd) zit thuis en komt nergens terecht. Alle benaderde scholen geven niet thuis. De leerplichtambtenaar is ingeschakeld en dreigt alleen maar met sancties als de ouders niet gauw voor een oplossing zorgen. Meedenken of meehelpen? Ho, maar hier past alleen een formele opstelling.
Let wel, ik weet nog niet helemaal wat er allemaal speelt of gespeeld heeft ik zie alleen de ellende en de wanhoop bij de ouders en de zielige blik in de ogen van dit kind.
Het tweede kind is al wat ouder en redzamer en gaat "gewoon" terug naar zijn school maar zit daar een beetje tussen twee vuren omdat er een conflict is tussen de ouders en de school. Ik heb de indruk dat dit "gevecht"over het hoofd van het kind wordt gevoerd. Hierdoor gaat het kind liegen en draaien om toch maar de lieve vrede te bewaren.

Wat heb ik medelijden met deze kinderen, waarom kunnen we niet eens als volwassenen gewoon kijken naar wat het kind nodig heeft en even onze principes opzij zetten en zoeken naar de beste oplossing. Met zijn allen en als volwassen mensen! Zodat het kind weer vertrouwen krijgt in de wereld en ook weer vooruit kan!

Gelukkig is het wel zo dat als deze kinderen op een nieuwe school kunnen beginnen met een schone lei dan doen zich ook weer nieuwe kansen voor en zullen ze opgroeien tot leuke volwassen mensen. 

Geef ze dan ook deze kans!



vrijdag 24 januari 2014

Dat doen we al....

Als je zoals ik in het onderwijs werkt, hetzij als adviseur hetzij als meewerkend voorwerp dan is een van de opmerkingen die je het meeste hoort: "dat doen we al".
Vaak werkt dat frustrerend voor het proces want als je "het" toch al doet dan hoef je niet meer mee te doen, kun je lekker achterover leunen, is de deur dicht.


Natuurlijk is het ook begrijpelijk dat deze opmerking zo vaak gebezigd wordt, want zoals ik al vaker schreef in mijn blogs is er geen enkel systeem waar zo veel veranderd, geïnnoveerd en van bovenaf opgelegd wordt als binnen het onderwijssysteem.


Maar als je dan doorvraagt "wat doen jullie dan al?" dan blijkt dat er kleine veranderingen hebben plaatsgevonden, dat men wel eens met een leraar van een andere school spreekt of dat men op directieniveau convenanten getekend heeft. Van echte samenwerking, samen delen of zelfs collectief leren is er dan nog geen sprake. 
Echte innovatie moet van binnen uit het systeem komen, er moet een noodzaak zijn, nee zelfs gevoeld worden, door de mensen die in het primaire proces bezig zijn. Zij moeten aan de bel trekken en aangeven dat er een gedeeld probleem is, dat opgelost moet worden en dat men anders niet verder kan.

Dit is ook het kenmerk van communitiies (of practice). waarin mensen samen werken en leren.
Een Communtie of Practice (CoP) is een groep mensen die een intrigerende vraag, zorg, probleem of passie met betrekking tot een bepaald domein of product delen en die hun kennis en vaardigheden willen verdiepen door middel van een continue uitwisseling hierover[1].  
Door dat samen werken en leren, zelfs over de eigen school of beroepsgroep heen krijgen mensen een bredere kijk op hun werk en omgeving en ontstaan er weer nieuwe samenwerkingsverbanden en ideeën. Door deze vorm van (netwerk) leren gaan leraren zien dat ze vaak wel denken dat ze iets al doen maar dat dit vaak heel fragmentarisch is en dat men het grotere geheel niet overziet of overzien heeft. Door de contacten met anderen wordt het beeld vollediger en wordt er veel meer geleerd. Men kijkt letterlijk naar buiten en is "open-minded". 

Ik pleit er dan ook voor om leraren niet alleen docentstages buiten het onderwijs te laten doen (ook dat is heel belangrijk) maar ook binnen het onderwijs, bij andere scholen, schooltypen en zelfs andere onderwijstypen. Kijk eens over die muur. Laat een leraar van het Gymnasium eens een week meelopen of liever nog les geven op een VMBO. Zo krijgt men begrip en respect voor elkaars werkzaamheden en dan is het misschien zo dat "bekend maakt ook bemind" ontstaat.

Utopia? Ik hoop het niet.... 




[1] (Wenger, McDermott & Snyder, 2002: Cultivating Communities of Practice. Harvard Business Press)

woensdag 8 januari 2014

Frauderende wetenschappers of enthousiaste onderzoekers?


Wat is het toch jammer dat we zo zijn doorgeschoten in de wetenschappelijke wereld. Als je in deze wereld iets wil bereiken/betekenen dan moet je in ieder geval veel publiceren. En lange tijd deed het er niet eens toe wat je publiceerde als het maar véél was. de citatie-index getuigt hiervan.




Waardoor hoor je nu zoveel over frauderende wetenschappers? In de eerste plaats door die publicatiedruk. Om maar zoveel mogelijk te publiceren is het logisch dat je ook wel eens teruggrijpt op eerder werk (dat heet zelfcitatie) en eerlijk gezegd, wat is daar mis mee? Natuurlijk moet je wel je bronnen vermelden maar als je het toch zelf geschreven hebt...
Kwalijk is natuurlijk als stukken "geleend" worden via internet en er geen fatsoenlijke bronvermelding plaatsvindt. Maar door de druk en pressie van wetenschapsbroeders gaat er wel eens iets mis. 


Als je als onderzoeker een proefschrift publiceert dat ook nog praktische relevantie heeft dan word je door sommige andere wetenschappers verguisd want het is niet hoogstaand, ha wie bepaald dat dan? Je mag promoveren bij de gratie van overheidsgeld dan is het toch mooi dat je onderzoek ook toepasbaar is, of zie ik dat verkeerd?

Het wordt tijd dat ook de overheid eens in gaat zien dat het wetenschappelijk bolwerk een te zeer gesloten bolwerk is waar mensen die niet aangesloten zijn bij allerlei door henzelf in het leven geroepen instanties (ICO e.d.) geweerd worden voor functies op universiteiten. Hierdoor houdt dit clubje zichzelf in stand en worden mensen die ook (naast hun wetenschappelijke kennis en kunde) praktisch kunnen denken en handelen buiten de deur gehouden. Dus komen opbrengsten van gedegen onderzoek veelal niet terecht waar ze terecht zouden moeten komen nl. in de maatschappij, in de scholen of bij de mensen die het nodig hebben. Vaak is het zo dat de "gewone man" de wetenschappelijke wereld wantrouwt doordat er weinig of niets  dit gesloten karakter doorbreekt en dat is jammer want over en weer kan er veel gedeeld en geleerd worden.

Het ministerie van Onderwijs stelt sinds enige jaren een lerarenbeurs ter beschikking waarmee leraren een promotietraject kunnen volgen. Dat is een prachtig initiatief waarmee praktisch onderzoek dat direkt ter beschikking komt van de scholen bevorderd wordt. Maar op sommige universiteiten wordt toch nog geprobeerd om deze promoties alleen te verbinden aan begeleiders die van een van de onderzoeksscholen komen (dus weer niet praktisch, alleen wetenschappelijk). Een gemiste kans zou ik zeggen. Probeer nu juist voor deze mensen een goede mix te vinden tussen wetenschappelijk en praktisch onderzoek dan heeft het voor iedereen meerwaarde. Voor de leerlingen, voor de leraren zelf, voor de school, voor het onderwijs en uiteindelijk voor de gehele maatschappij.


Laten we weer streven naar onderzoekers die met enthousiasme hun onderzoek uitvoeren. Die weten waarom ze dit doen en ook blij zijn als de opbrengsten van hun onderzoek relevant zijn voor anderen en in de praktijk gebruikt gaan worden. Daar zullen zij dan ook graag artikelen over schrijven die gepubliceerd worden, al dan niet in wetenschappelijke tijdschriften maar liever nog in relevante vakliteratuur.

Een wetenschap die van grote nut is voor de maatschappij.daar doen we het toch voor!!!